Ode aan de topsport

In de laatst aangekondigde, aangescherpte coronamaatregelen verandert er niets voor de topsport. Sporters met een speciale status mogen blijven trainen op daarvoor geschikte locaties, maar competities liggen stil. Alleen het topvoetbal krijgt een ‘uitzonderingspositie’, daar de Eredivisie voor mannen en vrouwen, evenals de Keuken Kampioen Divisie, wel doorgang vinden. Ondanks dat ik blij ben met het doorgaan van het voetbal, heb ik zo mijn bedenkingen bij de huidige stand van zaken.

Want: waarom heeft het voetbal die uitzonderingspositie? Geld, want gemiste inkomsten betekent voor veel clubs dat ze zullen omvallen. Daaruit volgend én daarop voortbordurend: maatschappelijke druk. In het oude Romeinse Rijk vonden ze de uitdrukking ‘geef het volk brood en spelen’ uit, wat erop neerkomt dat mensen niet zeuren over bestuurlijke problemen als ze voorzien zijn van eten en vermaak. Natuurlijk is die uitdrukking niet één-op-één over de huidige situatie heen te leggen, maar er zit zeker een kern van waarheid in. Het Nederlandse volk wil ontspanning, vermaak, in deze moeilijke tijd. Dat wedstrijdje in het weekend van Ajax, PSV of Feyenoord is voor miljoenen Nederlanders het enige moment dat ze aan iets anders kunnen denken dan corona. En dus besloot het kabinet een hele tijd terug dat het topvoetbal wél wedstrijden mag spelen.

Gelijkheid binnen het coronabeleid

“Maar het vrouwenvoetbal dan?”, vroegen mensen zich af. In het kader van gelijkheid kregen ook zij een uitzonderingspositie. En daar wringt voor mij de schoen. Nee, niet omdat die voetbalvrouwen geen gelijke behandeling verdienen. Integendeel! Maar de maatschappelijke impact van het vrouwenvoetbal is véél minder groot dan het mannenvoetbal. Er kijken nu eenmaal minder mensen naar vrouwenvoetbal dan mannenvoetbal. En vanuit die redenatie snap ik absoluut de heersende boosheid bij hockeyers, handballers, basketballers, enzovoorts. “Waarom het vrouwenvoetbal wel en wij niet?”, moeten zij vast denken. Ik steun hen daarin.

Ik pleit ervoor om álle topsport een voorkeurspositie te schenken, ook in de huidige coronasituatie. U vraagt zich wellicht af of het gevaarlijk is voor hun gezondheid of de volksgezondheid om alle topsporters weer wedstrijden te laten spelen. Die vraag kan ik niet beantwoorden – ik ben immers geen viroloog – maar ik vind het moeilijk te geloven dat voetballen ‘veiliger’ is dan hockeyen, handballen of basketballen. Dat het veiliger is dan motorcross of atletiek, waar sporters nota bene op individuele basis trainen en wedstrijden afwerken. Dat een paar duizend extra topsporters in een ‘bubbel’ ervoor zorgen dat er een landelijke coronaexplosie plaatsvindt. En ja, ik heb al aangegeven dat voetbal een dusdanig grote maatschappelijke waarde heeft om het een uitzonderingspositie te geven. Maar dat ook het vrouwenvoetbal doorgang mag vinden, geeft aan dat er weldegelijk ruimte is voor meer professionele sportwedstrijden. Juist die sportwereld kan in een fantastische bubbel leven. De hele topsport heeft een grote maatschappelijke waarde. Laat wedstrijden dus weer beginnen en gun ook die honderdduizenden, zo niet miljoenen Nederlanders het plezier van hun favoriete sport.

Dit betreft een column van Nationaal Bureau Sport Stimulering, geschreven namens onze collega Leonie Ebbes. De column is geplaatst in de Baarnsche Courant en De Bunschoter.

Geef een reactie