Vijf-stappenplan: hoe verbind je sport met het sociaal domein?

Het sociaal domein is door de jaren heen steeds meer gedecentraliseerd. Dit zorgt ervoor dat de sportsector flink zijn best moet doen om sport hoger op de agenda te zetten bij gemeenten. Gelukkig zien veel gemeenten het belang en de toegevoegde sociale waarde van sport in. Erik Puyt van Team Sportservice en Hans Arends van Kenniscentrum Sport leggen in een artikel op Allesoversport uit dat vrijwel alle gemeenten dezelfde 5 stappen doorlopen bij het effectief inzetten van sport in het sociaal domein.

Er zijn volgens Puyt en Arends verschillende redenen waarom gemeenten volgens een bepaald stappenplan werken en dit heeft onder andere te maken met dilemma’s en onduidelijkheden ten aanzien van sport in het sociaal domein. “Bestuurders, professionals en vrijwilligers uit de sportsector zijn overtuigd. Maar voor professional uit de zorg-, welzijns- en gezondheidssector is de inzet van sport en bewegen lang niet altijd een ABC-tje. Er zijn bijvoorbeeld vragen over de effectiviteit, professionaliteit en duurzaamheid van programma’s”, stellen ze. Daarnaast is het financieren van sport een heikel punt, want moet bijvoorbeeld de sportsector betalen voor beweegprogramma’s voor ouderen, omdat zij het faciliteren? Of ligt die verantwoordelijkheid juist bij de gezondheidssector, aangezien de beweegprogramma’s als doel hebben om de ouderen gezond te krijgen en houden?  Gemeenten zijn zoekende, maar bereid om te verkennen en experimenteren, aldus Puyt en Arends. De eerste stap die ze daarbij zetten is het bepalen van de uitgangspositie.

Dit noemen Puyt en Arends de startfoto. Zij delen hier hun eigen ervaring vanuit de gemeente Tilburg, waar “harde feiten, de hoeveelheid sportaccommodaties, werden gecombineerd met zachtere informatie, zoals ervaringen uit de praktijk”. Na het bepalen van de startsituatie is het tijd om te kiezen voor een sturende aanpak of juist een terughoudende, waarbij de gemeente meer ruimte en vrijheid geeft aan het werkveld. Stap 3 is het stellen van concrete doelen voor bepaalde doelgroepen en stap 4 is het uitwerken van een concreet plan. De laatste stap is een van de belangrijkste, namelijk het vergaren van feedback. Hierbij ligt volgens Puyt en Arends de focus niet alleen op feitelijke resultaten, maar ook op ervaringen uit de praktijk. Door dit te evalueren, kom je weer uit bij stap 1, de (veranderde) uitgangspositie.

Nationaal Bureau Sport Stimulering (NBSS) herkent zich in dit stappenplan, aangezien wij dit zelf hebben ervaren en nog steeds ervaren in Bunschoten-Spakenburg. In deze gemeente heeft NBSS de volledige verantwoordelijkheid over de uitvoering van het sportbeleid. Wij hebben hierin niet alleen een faciliterende en ondersteunende rol, maar we denken ook mee hoe het beleid nóg beter uitgezet kan worden. Bij stap 4 spreken Puyt en Arends over het gevaar voor sportverenigingen. Een gemeente kan grootse plannen hebben, maar wanneer sportverenigingen niet kunnen voldoen aan de vraag, worden de benodigde resultaten niet geboekt. Sportivun heeft gecertificeerde begeleiders in dienst die kunnen helpen bij sportevenementen. Daarnaast organiseert Sportivun sportdagen in Bunschoten, om zoveel mogelijk kinderen aan het bewegen te krijgen. Via Sportdocent geven er daarnaast gymdocenten al vier jaar lang structureel les aan de groepen 4, 5 en 6 op basisscholen in Bunschoten. Komend schooljaar verzorgen de gymdocenten van Sportdocent op drie basisscholen zelfs de gymlessen voor alle groepen. Door deze en andere initiatieven zorgt NBSS ervoor dat verenigingen en scholen ontlast worden en inwoners van Bunschoten-Spakenburg kunnen profiteren van goed sportbeleid.

Gemeenten dienen dus goed na te denken over hoe zij sport kunnen verbinden met het sociaal domein. Hierbij moeten ze niet uit het oog verliezen dat de capaciteiten van sportverenigingen een grens hebben en dat dus niet alle sportdoelen vanuit de gemeenten zomaar behaald kunnen worden. Een extern bedrijf als NBSS kan een enorme bijdrage leveren binnen de uitvoering van dit sportbeleid en vanuit de praktijk merken we dat steeds meer gemeenten hiernaar op zoek zijn. De meest positieve conclusie die uit dit alles getrokken kan worden, is dat gemeenten op een steeds professionelere manier bezig zijn met het laten bewegen en gezond krijgen van alle inwoners. En daar heeft iedereen baat bij.

Het hele artikel van Puyt en Arends lezen? Klik dan hier!

 

 

Geef een antwoord